Is deze mail niet goed leesbaar? Bekijk deze mail online

 

Koolzaadbericht #3

26 februari 2018

 

Ook dit jaar volgt Inagro meerdere koolzaadpercelen op. In deze nieuwsbrief staan we even stil bij de stand van het gewas en de bemesting in het voorjaar.

Stand van het gewas na de winter (observatie 20 feb 2018) 

Bij observatie van een aantal percelen zien we dat de percelen er voldoende goed bij staan. Op de lager gelegen percelen met een moeilijke afwatering zien we, gezien de vele neerslag in het najaar, hier en daar behoorlijk wat paars- en geelverkleuring.

De standdichtheid zou na de winter toch minimaal 15-20 planten/m² moeten zijn om geen opbrengstverliezen te veroorzaken. De standdichtheid is afhankelijk van de zaaidatum en de gevallen neerslag. Bij de waarnemingen blijkt een gemiddelde van 30 planten/ m2, dit is ruim voldoende.

Op sommige percelen staan er zelfs meer dan 50 planten/m². We raden aan om deze percelen de gewasstand goed op te volgen. Om legering te vermijden kan verkorten aan de orde zijn.

De gewashoogte varieert tussen de 10 en 24 cm en de meeste planten bevinden zich in het 7-8 bladstadium. De vorst zal de groei nog wat uitstellen maar op het einde van de vorst zal elk perceel wel toegankelijk zijn om te bemesten.

 

          Figuur 1: paarsverkleuring door de neerslag van het afgelopen najaar.

De duivenschade is perceelsafhankelijk, maar in het algemeen nog zeer beperkt. Doorgaans vangt vanaf de hergroei de cruciale fase aan om de duiven weg te houden. Vanaf eind maart gaat het koolzaad namelijk fors de hoogte in als de groeipunten zich normaal hebben kunnen ontwikkelen en zoeken duiven hun voedsel ergens anders.

Middelen zoals vlaggen, trillinten, het kanon en de scareyman inzetten is noodzakelijk, maar het komt er veelal op aan om middelen af te wisselen om gewenning te voorkomen. Ook het gebruik van een geluidskanon in deze afwisseling kan, maar gebruik het kanon conform de gemeentelijke reglementen.

Op vandaag zou ook een akoestisch afweermiddel op basis van angstkreten van diverse roofvogels op de markt zijn om ongeveer een drietal ha te vrijwaren van duivenschade. Om gewenning te voorkomen wordt er wel geadviseerd om het toestel wekelijks te verplaatsen in het perceel.

In een aantal gevallen volstaan die middelen echter niet en moet je de duiven bejagen. De jacht op duiven is sinds eind februari afgelopen en dien je vanaf nu bijzondere bejaging aan te vragen. Meer achtergrond info is terug te vinden op de site van Inagro. Formulieren voor bijzondere bejaging kan je downloaden op de website van Natuur en Bos.

            Figuur 2: Vogelverschrikking in vorm van roofvogel langs de rand van 
            koolzaadperceel.

 

Plaagopvolging

Ondertussen plaatsten we ook  gele vangbakken voor de vangst van insecten op de proefvelden. Vanaf de hergroei en na enkele dagen mooi weer kunnen de eerste koolzaadstengelboorsnuitkevers tevoorschijn komen. Die grijze snuitkever met zwarte poten legt eieren in de stengel van de koolzaadplant. Daardoor barsten de stengels van de planten open tijdens de groei met legering tot gevolg. De resultaten van de plaagopvolgingen zullen gecommuniceerd worden in de volgende nieuwsbrieven.

Bemesting in het voorjaar

Stikstofbemesting

Wanneer er na de vorstperiode geen overvloedige regen meer wordt voorspeld kunnen we onze eerste N-fractie toedienen.

De eerste fractie kan je normaal geven even vóór die van de wintergerst en wintertarwe. De tweede fractie volgt een drietal weken later:

- eerste fractie: bij hergroei (eind februari-begin maart), bodem voldoende opgedroogd, max 100 E.

- tweede fractie: stadium oprichting–knoppen zichtbaar.

De meeste landbouwers zullen de eerste fractie begin maart toedienen, afhankelijk van de toestand van het perceel.

Een stikstofanalyse van het perceel kan meer zicht geven op de huidige N-reserve in de bodem. Op percelen waar in het najaar drijfmest werd toegediend komt er extra stikstof vrij door de mineralisatie. Als er op die percelen een weelderige hergroei aanwezig is, reduceer je de tweede fractie best een stuk. Door de relatieve droge winter is er meer stikstofvoorraad in de bodem aanwezig in vergelijking met nattere winters.

Spring beredeneerd om met de N-dosis. Een dosis boven de 180 eenheden veroorzaakt een leger- en ziektegevoeliger gewas.

 

Zwavelbemesting

Vergeet ook niet dat koolzaad een hoge zwavelbehoefte heeft. Zwavelgebrek uit zich in een vergeling van het bladmoes van de jongste bladeren, terwijl de nerven groen blijven. Later worden de bladeren roodachtig en broos. Zwavel speelt een essentiële rol bij de fotosynthese.

In de bodem is zwavel grotendeels aanwezig in organische vorm (onder andere humus). Het deel dat in het bodemvocht aanwezig is als opgelost sulfaat is voor de planten opneembaar. Sulfaten zijn echter gevoelig voor uitspoeling. De standaardgift bedraagt 75 E per hectare. Als je organisch mest toediende in het najaar en het koolstofgehalte in de bodem hoog is, kan een zwavelbemesting echter overbodig zijn.

 

Voor info of teelttechnische vragen, kan je terrecht bij:

Inagro vzw

Vandaele Alain op 051/27 33 45 of alain.vandaele@inagro.be

Vandevoorde Anne-Sophie  op 051/27 33 98 of anne-sophie.vandevoorde@inagro.be









Inagro vzw
Ieperseweg 87
8800 Rumbeke-Beitem
T 051 27 32 00
F 051 24 00 20
E info@inagro.be
www.inagro.be

Uitschrijven op deze nieuwsbrief