Is deze mail niet goed leesbaar? Bekijk deze mail online

 

Koolzaadbericht #3

30 maart 2017

 

Ook dit jaar volgt Inagro meerdere koolzaadpercelen op. Zo monitoren we onder andere de insectenpopulatie op de percelen nauwgezet. In deze nieuwsbrief staan we even stil bij de stand van het gewas en de insectenpopulatie in het voorjaar.

Stand van het gewas (observatie 28 maart 2017) 

Gezien het mooie weer van de afgelopen dagen, is het koolzaad veel gegroeid.  Op de meeste percelen bevindt het gewas zich in het stadium E waarbij de bloemstengeltjes zich verlengen, beginnend langs de rand van de bloeiwijze. Op sommige percelen gaan planten toch al richting stadium F en gaan de eerste bloemen open.

           Figuur 1: gewasstadium E en F1.

De gewaslengte bedraagt gemiddeld 80cm, variërend van 30 tot 120 cm.  De percelen met een lage gewasstand hebben soms last van duivenschade. Op deze percelen is het nog steeds van belang om de duiven van het perceel weg te houden zodat de bloemknoppen zich voldoende kunnen ontwikkelen.

Locatie Gewasstadium Lengtemeting (cm)
Zuienkerke D2 (cuivenschade) 25
Wilskerke E 79
Mannekensvere 1 E 80
Mannekensvere 2 D2-E (zeer late zaai) 48
Zande E-F1 76
Lo-Reninge E 70
Geluwe E-F1 115

 

D2: Hoofbloemknop uitgestrekt. Knoppen nog samenzittend. Secundaire bloeiwijzen zichtbaar.
E: De bloemstengeltjes verlengen zich.
F1: De eerste bloemen gaan open.

Op percelen met een zeer dikke gewasstand (zeer dik gezaaid) zien we lange uitgestrekte planten. Meestal hebben die planten dan ook dunne, tengere en weinig vertakte stengels waardoor de kans op legeren wel verhoogt. Op deze percelen werd er dan ook verkort in het stadium D1 (knoppen nog samenzittend en nog verborgen onder de bovenste blaadjes).

Op de verkorte percelen zal de bloei eerder egaal en korter zijn wat de opbrengst wel wat kan negatief beïnvloeden. Globaal wordt er in Wallonië amper nog verkort.

Op de meeste percelen werd  ook de 2e fractie toegediend onder de vorm van een korrelmeststof. Het gebruik van vloeibare meststof bij een tweede fractie is niet aangeraden daar de bloemknoppen kunnen verbranden.

Opvolging insectendruk (observatie 28 maart).

Met het mooie weer van de afgelopen dagen is de populatie van de koolzaadglanskever toegenomen.

Globaal zien we glanskevers in de randen van het perceel en op de hoogste planten. De schade is eerder beperkt en onvoldoende om in te grijpen.

 Figuur 2: koolzaadglanskever.

Volg de druk van de glanskevers op in het perceel en niet langs de rand. Gemiddeld gezien  treffen we momenteel aan de rand van het perceel 1 à 3 kevers aan per plant en verder in het gewas gemiddeld 1 kever per plant.

Alleen op het proefveld in Zande lag de druk  hoger met gemiddeld 4 kevers per plant. Hier dient de insectendruk dan ook van nabij opgevolgd te worden.

Bij een aantal percelen is de bloei nakende zodat de kevers straks voldoende stuifmeel zullen vinden zonder de planten te beschadigen of zijn er voorlopers aanwezig die al beginnen te bloeien. Vanuit Frankrijk en Wallonië wordt er geadviseerd om bij de zaai een zeker percentage vroege bloeiers bij te zaaien zodat de schade van de glanskevers zich enkel tot deze planten beperkt.

Sinds enkele jaren wordt melding gemaakt van resistente populaties van koolzaadglanskever ten aanzien van pyrethroïden. In Frankrijk situeren deze stammen zich vooral in het noordelijk deel van het land.

Dit wil niet zeggen dat de populatie koolzaadglanskever in uw perceel per definitie resistent is tegen pyrethroïden. Integendeel, in streken met weinig koolzaad zoals Vlaanderen, valt het probleem op dit moment wellicht nog mee. Wel moet er bijzondere aandacht geschonken worden voor volgende maatregelen om grote resistentie-problemen in de toekomst te vermijden:

  • behandel enkel wanneer de druk voldoende groot is
    • Stadium D1-D2:
      • goede gewasstand: 3 à 4 kevers/plant
      • zwakke gewasstand: 1 à 2 kevers/plant
    • Stadium E:
      • goede gewasstand: 7 à 8 kevers/plant
      • zwakke gewasstand: 2 à 4 kevers/plant
  • vanaf begin bloei is behandeling tegen koolzaadglanskever overbodig
  • pas steeds de volledige erkende dosis toe
  • gebruik voldoende water zodat de planten goed nat zijn.
  • bij herhaalde bespuitingen: wissel de werkzame stoffen af, gebruik nooit twee maal dezelfde actieve stof in één teeltseizoen

De druk van koolzaadglanskever kan snel veranderen en  dient nauwlettend opgevolgd te worden.

Vanaf de bloei kan ook de koolzaadsnuitkever voorkomen. De kevers prikken de hauwtjes aan. Op die plaatsen kan de (oranje) tarwegalmug haar eitjes leggen, waardoor de hauwtjes vroegtijdig openbarsten. Op vandaag hebben we in Vlaanderen maar ook in Wallonië nog geen koolzaadsnuitkevers waargenomen.

Voor info of teelttechnische vragen, kan je terrecht bij:

Inagro vzw

Vandaele Alain op 051/27 33 45 of alain.vandaele@inagro.be

Vandevoorde Anne-Sophie  op 051/27 33 98 of anne-sophie.vandevoorde@inagro.be









Inagro vzw
Ieperseweg 87
8800 Rumbeke-Beitem
T 051 27 32 00
F 051 24 00 20
E info@inagro.be
www.inagro.be

Uitschrijven op deze nieuwsbrief