Is deze mail niet goed leesbaar? Bekijk deze mail online

 

Koolzaadbericht #5

24 april 2015

 

Het mooie weer van de afgelopen dagen zorgt ervoor dat het koolzaad volop in bloei staat. Het gevaar voor de koolzaadglanskevers is daardoor grotendeels geweken, maar de koolzaadsnuitkever maakt daarentegen nu zijn opmars. 

Bovendien moet er ook aandacht besteed worden aan de behandeling tegen sclerotinia. In onderstaande nieuwsbrief hieromtrent meer info. 

Stand van het gewas (observatie 20 april)

Bij de waarnemingen van begin deze week, zagen we dat zo goed als alle percelen in (begin) bloei waren (stadium F1). Door het mooie weer van de afgelopen dagen zijn er ondertussen percelen waar er talrijke bloemen open staan en de bloeiwijze zich verlengt (stadium F2).

 

Perceelslocatie Gewasstand Lengte gewas (cm) gemidd
Zonnebeke F2 140
Lo-Reninge F1-F2 130
Koksijde F1 90
Ramskapelle F1 75
Schore (E)-F1 90-100
Mannekensvere F1 95
Wilskerke F1 90

In vergelijking met vorige week zien we dat het koolzaad gemiddeld een 30-tal cm is gegroeid. Het perceel in Koksijde en Lo-Reninge werd ondertussen ook verkort om eventuele legering te voorkomen.

Op de meeste locaties werden de bijenkasten reeds geplaatst, wat zal zorgen voor een goede bestuiving met een betere opbrengst als gevolg. Voor een goede bestuiving mogen er gerust een 4 tot 5-tal kasten per ha geplaatst worden

De glanskevers en snuitkevers

De glanskevers waren in het begin van de week nog steeds actief, het aantal kevers op de planten en in de vangbakken is ongeveer hetzelfde gebleven als vorige week.

Door de koude nachten van de afgelopen dagen en de noordoosten wind zullen de vluchten van de glanskevers nu een stuk afgenomen zijn. Daar de bloei op zo goed als alle percelen aanwezig is, is de schadelijke periode voorbij. De glanskevers voeden zich op vandaag met het stuifmeel van de geopende bloemen.

Vanaf begin bloei is het gevaar voor de koolzaadglanskever verdwenen, maar kan de koolzaadsnuitkever zijn opwachting maken. Begin deze week werd er in de vangbakken gemiddeld een 2-tal snuitkevers per vangbak per locatie waargenomen.

Typisch aan deze kleine kever van ongeveer 2,5 tot 3mm grootte zijn de langere en de meer samenzittende pootjes en snuit. De kleur is eerder grijs/groen.

Directe schade kan optreden doordat deze kevers de hauwtjes aanprikken voor hun voeding. Daarnaast worden er ook eitjes gelegd in de hauwtjes. Na verloop van tijd zullen er larven ontwikkelen uit deze eitjes. De larven zullen slechts een beperkt aantal zaadjes per hauwtje vernietigen.
Daarnaast kan er indirecte schade optreden doordat de koolzaadgalmug haar eitjes legt op die plaatsen waar de kevers de hauwtjes hebben aangeprikt. De ontwikkeling van de larven van deze mug in de hauwtjes zorgt ervoor dat de hauwtjes vroegtijdig open springen.

Volg de druk van koolzaadsnuitkever op vanaf het moment dat de eerste bloemblaadjes beginnen te vallen. Er wordt best behandeld vanaf van het ogenblik dat gemiddeld 1 kever per 2 planten (geteld op 50 planten) wordt waargenomen. Vaak situeert de grootste druk zich in de randen van het perceel.

De berichten vanuit Wallonië en Frankrijk geven aan dat de druk bij hen ook nog beperkt is.

In West-Vlaanderen is de druk van de koolzaadsnuitkever eerder beperkt maar enige waakzaamheid is toch aanbevolen.

Sclerotinia

Sclerotinia is één van de belangrijkste ziekten in koolzaad. Geen enkele variëteit is resistent. Infectie kan leiden tot grote opbrengst verliezen.

De schimmel overleeft in de bodem onder de vorm van scleroten. In het voorjaar worden deze scleroten actief, waarbij er sporen worden geproduceerd die de bloemblaadjes infecteren.

In stadium G, wanneer de bloemblaadjes beginnen te vallen en de hauwvorming start, blijven de blaadjes kleven aan de bladeren en stengels van de plant. De sporen aanwezig op de bloemblaadjes ontwikkelen zich op die plaatsen tot schimmels. In erge situaties kan dit zelf leiden tot opdrogen van plantendelen door het onderbreken van de sapstroom in de stengels. Bij infectie staan er enkele witte houtachtige verdroogde stengels tussen de gezonde stengels (lichte aandoening). Bij zware aantasting zijn soms volledige zones stengels opgedroogd.

Vooral bij koel, vochtig weer en op percelen waar er ook bonen, erwten, selderij, witloof, wortelen of chicorei worden geteeld, is er een verhoogde kans op sclerotinia.

Éénmaal er sclerotinia aanwezig is geweest op een perceel kan dit zeer lang in de bodem aanwezig blijven.

Wanneer behandelen?

Ideaal is behandelen in stadium G1. Dwz:

  • Zijstengels beginnen bloeien
  • Op meer dan de helft van de planten zijn op de hoofdstengel de eerste hauwtjes gevormd (hebben een lengte van 2cm)
  • De eerste bloemblaadjes vallen af

Wanneer men te vroeg behandeld zijn er nog onvoldoende bloemknoppen open en dus onvoldoende bloemblaadjes beschermd tegen infectie. Wacht men te lang, dan zijn de bladeren onvoldoende beschermd tegen de mogelijks geïnfecteerde bloemblaadjes.

Waarnemingen in het veld:

Op vandaag bevinden de meeste percelen zich volop in bloei maar zal er tegen het eind van de week op de vroege percelen al het G1 stadium worden bereikt. Op percelen waar in de teeltrotatie andere sclerotinia-gevoelige teelten voorkomen en/of er regelmatig koolzaad geteeld wordt, adviseren we te behandelen. Bovendien zijn de omstandigheden ook voordelig voor verdere ontwikkeling van de schimmel, gezien ook vanaf het weekend een regenachtige periode wordt voorspeld. 

Voor info of teelttechnische vragen, kan je terrecht bij:

Inagro vzw

Vandaele Alain op 051/27 33 45 of alain.vandaele@inagro.be

Vandevoorde Anne-Sophie  op 051/27 33 98 of anne-sophie.vandevoorde@inagro.be









Inagro vzw
Ieperseweg 87
8800 Rumbeke-Beitem
T 051 27 32 00
F 051 24 00 20
E info@inagro.be
www.inagro.be

Uitschrijven op deze nieuwsbrief