Is deze mail niet goed leesbaar? Bekijk deze mail online

 

Koolzaadbericht #4

7 april  2017

 

Ook dit jaar volgt Inagro meerdere koolzaadpercelen op. Zo monitoren we onder andere de insectenpopulatie op de percelen nauwgezet. In deze nieuwsbrief staan we even stil bij de stand van het gewas en de gevolgen van sclerotinia bij de teelt van koolzaad.

Stand van het gewas (observatie 5 april 2017) 

Gezien het mooie weer van de afgelopen dagen, is het koolzaad  sterk gegroeid. Op de meeste percelen bevindt het gewas zich in het stadium F, waarbij de eerste bloemen open gaan.

De gewaslengte bedraagt gemiddeld 113cm, variërend van 85 tot 140 cm. 

 

Locatie Gewasstadium Lengtemeting (cm)
Wilskerke F2 118
Schore 1 F1 105
Schore 2 E 85
Zande F1 120
Veurne F2 140
Lo-Reninge F1 110

 

E: De bloemstengeltjes verlengen zich.

F1: De eerste bloemen gaan open.

F2: Verlening van de bloeiwijze, talrijke bloemen zijn  open.

Gezien de meeste percelen bloeien is het grootste gevaar voor de koolzaadglanskever geweken. Deze gaat zich nu voeden met het stuifmeel van de  open bloemen zodat de nog gesloten bloemknoppen  weinig of niet meer worden beschadigd.

Vanaf de bloei dient men attent te zijn voor de koolzaadsnuitkevers. Deze kevers prikken de hauwtjes aan voor hun voeding. Ze leggen ook eitjes in de hauwen. Directe schade kan optreden door de larven die zich in de hauwtjes ontwikkelen en hierbij een  beperkt aantal zaadjes vernietigen. Er kan echter aanzienlijke indirecte schade optreden daar de koolzaadgalmug haar eitjes legt op die plaatsen waar de kevers de hauwtjes hebben aangeprikt. De ontwikkeling van de larven van deze mug in de hauwtjes zorgt ervoor dat de hauwtjes vroegtijdig open barsten.

Deze koolzaadsnuitkevers zijn moeilijk waar te nemen op de planten, waardoor de opvolging gebeurt in de gele vangbakken. Deze week was de druk van deze kevers heel beperkt. Slechts op  twee percelen hebben we in de vangbakken telkens één snuitkever terug gevonden.        De vluchten in West-Vlaanderen zijn eerder beperkt en dient er doorgaans niet behandeld te worden.

Op de helft van de percelen werden de bijenkasten begin april al geplaatst. Ondertussen zullen de kasten overal aanwezig zijn zodat een goede bestuiving kan plaats vinden met  een betere opbrengst als gevolg.

Voor een goede bestuiving mogen er gerust een 4-5 tal kasten per ha geplaatst worden.

 

Figuur 1: bijenkasten geplaatst op een gemakkelijk bereikbare plaats tussen 2 koolzaadpercelen.

 

Sclerotinia

Op de percelen die momenteel volop in bloei zijn, zullen binnenkort de eerste bloemblaadjes gaan vallen.  Vanaf dan dienen we attent te zijn voor sclerotinia.

Sclerotinia is een belangrijke ziekte in koolzaad. Geen enkele variëteit is resistent dus dient er preventief behandeld te worden. De schimmel overleeft in de bodem onder de vorm van scleroten (rattenkeutels). In het voorjaar worden deze scleroten actief, waarbij er sporen worden geproduceerd die de bloemblaadjes infecteren.

Vooral bij koel, vochtig weer en op percelen waar er ook bonen, erwten, selderij, witloof, wortelen of chicorei wordt geteeld, is er een verhoogde kans op sclerotinia.

Éénmaal er sclerotinia aanwezig is geweest op een perceel kan dit zeer lang in de bodem aanwezig blijven. Daarbij kunnen de sporen van sclerotinia zich ver (soms wel 10km) verplaatsen.

In 2013 (zeer lang nat voorjaar)  merkten we op verschillende percelen met bonen in de teeltrotatie en percelen waar er regelmatig met koolzaad wordt terug gekeerd een behoorlijke aantasting van  sclerotinia.

Infectie kan leiden tot grote opbrengst verliezen. Nochtans wordt er in onze West-Vlaamse regio bijna niet gespoten tegen sclerotinia. Dit omdat de schimmel zich minder gemakkelijk ontwikkeld in zwaardere poldergrond en er geen waardvruchten werden geteeld op deze percelen.

Wanneer behandelen?

Wanneer men te vroeg behandeld zijn nog onvoldoende bloemknoppen open en dus onvoldoende bloemblaadjes beschermd tegen infectie. Wacht men te lang, dan zijn de bladeren onvoldoende beschermd tegen de mogelijks geïnfecteerde bloemblaadjes. Ideaal is behandelen in stadium G1:

  • Zijstengels beginnen bloeien
  • Op meer dan de helft van de planten zijn op de hoofdstengel de eerste hauwtjes gevormd
  • De eerste bloemblaadjes vallen af

De erkende middelen voor het behandelen van sclerotinia kan je terug vinden op onze applicatie voor gewasbescherming.

 

Voor info of teelttechnische vragen, kan je terrecht bij:

Inagro vzw

Vandaele Alain op 051/27 33 45 of alain.vandaele@inagro.be

Vandevoorde Anne-Sophie  op 051/27 33 98 of anne-sophie.vandevoorde@inagro.be









Inagro vzw
Ieperseweg 87
8800 Rumbeke-Beitem
T 051 27 32 00
F 051 24 00 20
E info@inagro.be
www.inagro.be

Uitschrijven op deze nieuwsbrief