Is deze mail niet goed leesbaar? Bekijk deze mail online

Nieuwsbrief 5 - juli 2017

Beste lezer,

In 2017 startte het tweede proefveldseizoen van het GOMEROS-project over brongerichte erosiebestrijdingstechnieken bij groenten en maïs. Er werd verder gebouwd op de kennis opgedaan  uit de veldproeven van 2016. De proefveldresultaten 2016 kan u terugvinden op de GOMEROS website.
In deze nieuwsbrief leest u meer over de nieuw aangelegde proeven.
 

Maïs: Niet-kerende bodembewerking, strip-till, drempeltjes en volleveldszaai
Uit de veldproeven van 2016 kwam naar voor dat niet-kerende bodembewerking en strip-till, erosie met >80% kan verminderen. Bij niet-kerende bodembewerking kunnen dezelfde gewasopbrengsten gehaald worden als bij ploegen. Voor de techniek van strip-till dient de bodem echter in optimale conditie te zijn. Vruchtafwisseling, de juiste groenbedekker, het plaatsen van de drijfmest in de bewerkte strook en het voldoende losmaken van de bouwvoor in het voorgaande jaar is uitermate belangrijk. Ook het vollevelds zaaien van kuilmaïs leidde in 2016 tot een erosiereductie van >60%. Het gebruik van een aangepaste zaaimachine is echter noodzakelijk. In 2017 werden opnieuw 2 veldproeven aangelegd met niet-kerende bodembewerking, strip-till en volleveldszaai. In een proefveld in de Vlaamse Ardennen wordt opgevolgd wat het effect van de groenbedekker is op de bodembewerking en gewasopbrengst. In een proefveld in Vlaams-Brabant, wordt uitgegaan van de moeilijke situatie, waarbij voor het zaaien van de maïs, een snede Italiaans raaigras wordt geoogst. Ook de effectiviteit van drempeltjes in maïs wordt opgevolgd. (lees meer).
 

 

Doperwt en zaai-ui: niet-kerende bodembewerking en zaaibedbereiding
Bij de teelten doperwt en zaai-ui werd in 2016 opgevolgd in welke mate niet-kerende bodembewerking en/of een ruwer zaaibed erosie kunnen reduceren. Niet-kerende bodembewerking in combinatie met een niet geschikte groenbedekker vooraf (raaigras), leidde toen tot een slechte erwtenopkomst. In 2017 werden erwtenproeven aangelegd in de Vlaamse Ardennen en Haspengouw. Erwten werden in beide gevallen gezaaid na de vernietiging van een meer geschikte groenbedekker (facelia + japanse haver of gele mosterd). In Haspengouw was er specifiek aandacht voor het optimaal tijdstip voor het uitvoeren van de diepe niet-kerende bodembewerking. In beide erwtenproeven waren lichte verschillen in opkomst, maar de verschillen in gewasgroei zijn klein. De proef met zaai-ui 2016, leert dat het ruwer leggen van het zaaibed een beperkt effect had op erosie, maar een sterk negatief effect op de gewasopkomst en opbrengst. In 2017 werd daarom geopteerd voor een fijnere zaaibedbereiding. (lees meer)

 

Ruggenteelten prei en witloof: drempeltjes en tandbewerkingen tussen de ruggen
In 2016 werd geëxperimenteerd met tandbewerkingen en drempels in de tussenruggen van prei en witloof. Beide technieken konden de erosie gevoelig verminderen. Drempeltjes kunnen een probleem vormen bij het berijden nadien, zoals bij schoffelen. Met een diepe tandbewerking wordt de harde laag gebroken en kan water gaan infiltreren. In de nieuwe proeven werd met meerdere tanden en beitels gewerkt. (lees meer).

 


Drempeltjes in knolselder
Knolselder is relatief erosiegevoelig, omdat de bodem weinig bedekt is in mei-juli Er werd bekeken of met drempeltjes enige erosiereductie bereikt kan worden. (lees meer)

 

Vriendelijke groeten,

De GOMEROS-projectpartners

   

   

 

Uitschrijven op deze nieuwsbrief